Teologia

De kleitafeltheorie van Wiseman

'Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde toen zij geschapen werden' Gen. 2:4

'Dit is het geslachtsregister van Adam.' Gen. 5:1

'Dit is de geschiedenis van Noach.' Gen. 6:9

Dit zijn drie zogenaamde toledot-formules in het boek Genesis. Het woord 'toledot' betekent 'wat voortgebracht werd'. Vandaar betekent het (als het om mensen gaat die zijn voortgebracht) 'nakomelingschap' en (als het om gebeurtenissen gaat die door mensen zijn voortgebracht) 'geschiedenis'. De toledot-formules komen regelmatig voor in het boek Genesis en vanouds heeft men ingezien dat ze verwijzen naar de opbouw van het boek Genesis. Ze komen verder voor in: Gen. 10:1, 11:10, 11:27, 25:12, 25:19, 36:1, 36:9, 37:2.

In de jaren '30 van de vorige eeuw was P.J. Wiseman als amateur archeoloog werkzaam bij opgravingen in Babylonië. Er kwamen kleitabletten met spijkerschrift aan het licht waarin allerlei overeenkomsten met de aartsvadergeschiedenissen stonden. Veel kleitabletten eindigden met de zinsnede 'Dit zijn de nakomelingen van ...', 'Dit is de geschiedenis van ...'. Men zag de grote overeenkomst met het boek Genesis waarin regelmatig dezelfde formule (toledot-formule) voorkomt en men begreep dat in het bijbelboek Genesis een methode van archievering was gevolgd die algemeen was in het tweede millenium voor Christus. De overeenkomsten waren zo overtuigend dat veel onderzoekers met nieuwe ogen gingen kijken naar het eerste boek van de bijbel. Zij spraken hun verbazing erover uit dat volgens deze archeologische aanwijzingen het boek Genesis niet lange tijd na Mozes geschreven was zoals zij op de universiteit altijd gehoord hadden. Integendeel de verslagen in het boek Genesis moesten lang voor Mozes geschreven zijn en ze moesten later overgenomen zijn bij de uitgave van de Tora.

Wiseman publiceerde in het jaar 1936 deze ontdekkingen in het boek 'New Discoveries in Babylonia about Genesis', dat regelmatig herdrukt werd in het Engels sprekend taalgebied. Na de dood van de auteur verzorgde zijn zoon professor D.J. Wiseman nieuwe herdrukken. Er verscheen ook een Nederlandse vertaling onder de titel 'Ontdekkingen over Genesis' (1960, uitg. J. Haan N.V., Groningen). Nog in 1985 verscheen een herziening van het oorspronkelijke werk getiteld: Ancient Records and the Structure of Genesis: A Case for Literary Unity (T. Nelson Publishers, Nashville, USA).

Wiseman ging ervan uit dat de toledot-formule in het boek Genesis een afsluitende formule was, want dat was ook het geval op de kleitabletten. De naam in de toledot-formule verwees volgens hem naar de naam van de schrijver of naar de verantwoordelijke voor de vervaardiging van het voorgaande bericht. De stelling die hij aan het begin van zijn boek poneerde was: 'Genesis werd oorspronkelijk op kleitabletten geschreven en wel door de aartsvaders, die rechtstreeks bij de vermelde gebeurtenissen betrokken waren en wier namen duidelijk vermeld zijn. Mozes, die het boek in de ons bekende vorm samenstelde en uitgaf, wijst ons bovendien duidelijk de bron van zijn informatie aan.' (blz. 10 Ned. vert.)

'De vele tabletten die gevonden zijn, bewijzen ons dat het in die tijd gebruikelijk was om de tabletten over de voorouders te verzamelen en daaraan weer een tablet met eigen levensgeschiedenis toe te voegen en zo zichzelf te verbinden met de personen en gebeurtenissen genoemd in de oudere kleitabletten.' (blz. 81 Ned. vert.)
'Zo is de methode, waarop Genesis is samengesteld, geheel indentiek met die van de oudheid [ca. 2000 - 1500 v. Chr.] en het is zeker niet de methode, die men in Palestina gebruikte in de tijd, dat volgens de kritici Genesis moet zijn ontstaan [ca. 750 - 500 v. Chr.]. (blz. 82 Ned. vert.)

Een boeiend argument voor deze benadering zijn de verduidelijkende toevoegingen in Genesis. Bijvoorbeeld in hoofdstuk 14: Bela, dat is Zoar (2,8); het dal Siddim, dat is de Zoutzee (3); En-Mispat, dat is Kades (7); Hoba, dat ten noorden van Damaskus ligt (15); het dal Schavé, dat is het Koningsdal (17). En verder: De put Lachai-Roï; zie zij is tussen Kades en Bered (16:14); Efrath, dat is Bethelehem (35:19); Kirjath-Arba, dat is Hebron in het land Kanaän (23:2). Deze verduidelijkingen wijzen erop dat oorspronkelijke berichten niet veranderd zijn in een latere redactie. Mozes heeft zijn bronnen in stand gehouden.

Het is jammer dat Wiseman zijn theorie te dwingend heeft voorgesteld. Zijn verlangen om een totaalverklaring uit de archeologie voor het ontstaan van het boek Genesis neer te zetten, verleidde hem ertoe om de oud-Babylonische werkwijze van de toledot-formule (aan het eind van een kleitablet) blindelings toe te passen op het boek Genesis. Dat was niet terecht, want dit zou bijvoorbeeld betekenen dat de lange pericoop Gen. 25:20 - 36:1 ontstaan zou zijn onder toezicht van Esau die geen aartsvader was. Dat klopt niet. Het is overduidelijk dat de toledot-formule in Genesis op twee verschillende manieren voorkomt in Genesis.

  1. Als formule dat een kroniek wordt voortgezet door de dan genoemde persoon. In dit geval is al het voorgaande van de kroniek in het bezit van de nieuwe verantwoordelijke en naar het voorgaande wordt dus indirect verwezen. Daaraan worden dan nieuwe familiegebeurtenissen toegevoegd. Dit is de oud-Babylonische manier van notatie. (Gen. 2:4, 6:9, 25:19, 37:2)
  2. De toledot-formule kan in Genesis ook gebruikt worden voor een afstammingslijst. Het gaat nu om de aankondiging van een inlas in de hoofdkroniek. (Gen. 5:1, 10:1, 11:10, 11:27, 25:12, 36:1, 36:9)
Het is jammer dat Wiseman bovenstaand onderscheid niet heeft gemaakt. Ook zijn voorstel dat de Godsnaam 'Jahwe' later door Mozes zou zijn ingevoerd in de Genesisverhalen heeft zijn interpretatie van de gegevens geen goed gedaan. (blz. 137, 138 Ned. vert.)

Ondanks de tekortkomingen van Wisemans theorie heeft zijn boek er veel toe bijgedragen dat het boek Genesis op de kaart is gezet:

  1. De toledot-formule is een archieveringsmethode die in Babylonië (waar Abraham vandaan kwam) bestond ca. 2000 - 1500 v. Chr. Een overeenkomstige manier van archievering is er toegepast door de aartsvaders in het boek Genesis. Het is onjuist om dit eenzijdig toe te passen op alle gevallen in Genesis.
  2. De gevonden kleitabletten tonen aan dat het normaal was om familiegeschiedenissen te bewaren op schrift in de aartsvadertijd met geslachtslijsten erbij. (Het gebruik van papyri of perkamenten door de aartsvaders hoeft niet uitgesloten te worden.)
  3. De gebruikelijke datering van Genesis in de latere koningentijd van Israël of in de periode van de ballingschap is een anachronisme.

B.J.E. van Noort