Teologia

Een vermakelijke transactie van koning Salomo

... toen gaf Salomo aan Hiram twintig steden in het land Galilea. Maar toen Hiram uit Tyrus trok om de steden te bezichtigen, die Salomo hem gegeven had, bevielen ze hem niet. (1. Kon. 9:11)

... versterkte Salomo de steden die Huram aan Salomo gegeven had en liet hij de Istaëlieten daarin wonen. (2. Kron. 8:2)

Wie gaf er nu steden aan wie?
Gaf Salomo ze aan Koning Hiram?
Of gaf koning Hiram ze aan Salomo?

Ongeveer vanaf de zeventiger jaren (twintigste eeuw) kwam er in de theologie een tegenstrijdighedencatalogus voor het Oude Testament in zwang. Waren theologen daarvoor nog geneigd om verschillen en vraagstukken in het Oude Testament glad te strijken, die tijd was toen voorgoed voorbij. Vooral de 'tegenstrijdigheden' in de boeken Samuël/Koningen enerzijds en Kronieken anderzijds werden in kortere of langere reeksen naar voren gebracht. En de tegenstrijdigheid van de twintig steden mocht daarin natuurlijk niet ontbreken (bijvoorbeeld: H.M. Kuitert, Verstaat gij wat gij leest? Kok, Kampen, 1969. p. 9). Wie gaf er nu steden aan wie? Gaf Salomo ze aan Koning Hiram? Of gaf koning Hiram ze aan Salomo?

Om dit 'te verklaren', grijpt men graag terug op het thema 'volksverhalen' omdat daarin alles vervormen kan. In het eerste bericht komt Salomo er niet goed vanaf omdat hij slechte steden weggeeft aan zijn vriend Hiram. Een andere verteller heeft dit daarom verandert omdat Salomo de door God geschonken koning was en hij maakte ervan dat door Salomo's toedoen steden werden opgeknapt die Hiram had gegeven en door Salomo geschikt werden gemaakt voor Israëlieten om erin te wonen. Best aardig dat ingrijpen van die volksvertellers, maar als zo de bijbel tot stand gekomen zou zijn, ziet het er voor de belijdenis van de betrouwbaarheid van de Schrift niet best uit, hoe mooi de theologische bedoeling ook mag zijn van de volksverteller om de door God gegeven koning in een goed daglicht te stellen.

Voor het weerleggen van dit soort 'tegenstrijdigheden' in de bijbel zijn er daarom vaak twee concentraties nodig. De ene concentratie richt zich op de betekenis van de teksten waaruit blijkt dat er helemaal geen sprake is van enige tegenstrijdigheid. De andere concentratie richt zich op de totstandkoming van de berichten. Het zijn helemaal geen volksverhalen, maar wat dan wel?

De eerste concentratie: Hoe staat het met die steden? Wie gaf ze aan wie? Het is een al heel oude uitleg dat Hiram de steden van Salomo had gekregen als beloning voor zijn hulp aan Salomo bij de bouw van de tempel en zijn paleizen. (1 Kon. 9:11) Natuurlijk kon Salomo geen steden weggeven van het oorspronkelijke gebied dat de Heer aan Israël gegeven had. De steden die hij weggaf aan Hiram en die aan zijn noordgrens lagen, waren eigenlijk buitenlandse steden waarover Salomo ook gezag uitoefende. Wat deed Hiram nadat hij die armzalige steden had bezocht en bezien? Hij gaf ze gewoon aan Salomo terug! (2 Kron. 8:2) Pas toen knapte Salomo ze op en kwamen er Istraëlieten te wonen. Zo kwamen de steden die Salomo wegschonk gewoon weer bij hem terug. Was dit Salomo's opzet? Wie weet. Natuurlijk heeft Salomo later Hiram meer dan schadeloos kunnen stellen met hun gezamenlijke handelsvloot op de Indische Oceaan waar zij veel goud en zilver verdienden. In hetzelfde hoofdstuk lezen we: ... en zij haalden vandaar vierhonderd twintig talenten goud die zij bij Koning Salomo brachten. (1 Kon. 9:28)

De tweede concentratie: Volksverhalen? Nee, natuurlijk niet. Dezelfde profetische schrijvers die de berichten verzorgden voor de geschiedschrijving in het boek Koningen, verzorgden ook de berichten voor de staatszaken in de Kronieken. Het voortdurend overeenkomstig woordgebruik over dezelfde gebeurtenisen in deze boeken staat ervoor garant dat het dezelfde schrijvers waren. Schrijvers werden opgeleid aan profetenscholen, maar van profetie alleen kan je niet leven. Dus waren zij vaak werkzaam als schrijver in de politiek, rechtspraak en bestuur. Velen konden zo schrijven wat zij zagen, als door de ogen van God.

In de Kronieken bewaarden zij berichten die als staatszaken vooral niet vergeten mochten worden, die politiek gevoelig waren. In Samuël/Koningen kon de achterliggende geschiedenis ervan nagegaan worden. Zo gebeurde het dat berichten die voor ons gevoel bij elkaar horen uit elkaar getrokken in verschillende boeken terecht kwamen. De schrijvers losten dit zelf op door geregeld naar de andere boeken te verwijzen. (bijvoorbeeld 1 Kon. 14:19)

B.J.E. van Noort