Teologia

Was Stefanus in de war? (1)

'En allen die in de Raad zitting hadden, zagen, toen zij hem aanstaarden, zijn gelaat als het gelaat van een engel.'
Hand. 6:15

Is Gods woord volmaakt?
De Schriftkritiek siert zich graag met allerlei wetenschappelijke theorieën, maar het fundament ervan is toch de overtuiging dat er allerlei tegenstrijdigheden in de bijbel staan. Hetzij in allerlei details hetzij in allerlei opvattingen die uit de tijd zouden zijn. Schriftkritische theorieën zijn ervoor om deze zogenaamde ongemakken op te lossen. Het betreurenswaardige is dat ze niets oplossen, omdat Jezus daarover een heel andere mening had. Hij durfde te zeggen: 'Heilig hen in uw waarheid; uw woord is de waarheid.' (Joh. 17:17) Hij bedoelde gewoon: 'Gods woord is volmaakt.' Welke theoloog zou dat nog voor zijn rekening durven nemen?

De rede van Stefanus is een bijbelgedeelte waarin men wel tien tegenstrijdigheden meent aan te kunnen wijzen. Hoe zit dat? Was Stefanus in de war?

De eerste zogenaamde strijdigheid
(Hand. 7:2-3) 'De God der heerlijkheid is verschenen aan onze vader Abraham, toen hij nog in Mesopotamië was, voordat hij in Haran ging wonen, en Hij zei tot hem: Verlaat uw land en uw bloedverwanten en kom herwaarts naar het land, dat Ik u wijzen zal.'

Hier lijkt Stefanus te zeggen dat de roeping van Abram om naar het beloofde land te gaan voor zijn verblijf in Haran plaatsvond, toen hij nog in Mesopotamië was, in de buurt van Babel. Maar Genesis 12 begint met de roeping van Abram terwijl hij al in Haran woonde. Orthodoxe uitleggers hebben getracht om het probleem op te lossen door te zeggen dat Abram twee roepingen heeft gehad, één in Haran (Gen. 12) en één ervoor in Mesopotamië en men verwijst dan naar Genesis 15:7 en Nehemia 9:7. (Zo bijvoorbeeld I. H. Marshall in: Acts, Tyndale New Testament Commentaries, 1980 repr. 1988.) Het lijkt een oplossing, maar het is het niet, want Abram verliet helemaal niet zijn familie toen hij Ur verliet. Integendeel Abram reisde met zijn familie onder leiding van zijn vader Terah naar Haran. (Gen. 11:31)

Betere vertaling
De oplossing moet gewoon gezocht worden in een betere vertaling van Hand. 7:2-3, namelijk: 'De God der heerlijkheid is verschenen aan onze vader Abram, die in Mesopotamië was (verbleef) voordat hij in Haran ging wonen, en Hij zei tot hem: ..
Het cursief vertaalde woordje die in plaats van toen maakt het verschil uit en is volkomen overeenkomstig de regels van de grammatica. De zin 'die in Mesopotamië ... ging wonen' is nu geen tijdsbepaling wanneer God Abram riep, maar een tussenzin die een flashback geeft dat Abram eerst nog in Mesopotamië leefde voordat hij in Haran woonde.

Een voorbeeld dat dit inderdaad een correcte vertaling is: 'En een vrouw, die twaalf jaar aan bloedvloeiingen geleden had, ...' (Marc. 5:25) Hier vertaalt men toch ook met die, terwijl er in het Grieks eenzelfde constructie is. Het Grieks biedt enige ruimte van vertaalinterpretatie bij de gebruikte constructie (met voltooid deelwoord), maar waarom dan niet de juiste interpretatie gekozen?

De tweede zogenaamde strijdigheid
(Hand. 7:4a) 'en Hij zei tot hem: Verlaat uw land en uw bloedverwanten en kom herwaarts naar het land, dat Ik u wijzen zal. Toen vertrok hij uit het land der Chaldeeën en vestigde hij zich in Haran.' Hier lijkt het er weer op dat Stefanus inderdaad vóór zijn verblijf in Haran geroepen was om naar het beloofde land te gaan. Maar ook hier geeft een betere vertaling uitkomst: 'Toen, nadat hij vertrokken was uit het land der Chaldeeën, woonde hij in Haran.' Wanneer we even de tussenzin weglaten, dan lezen we in de hoofdzin: 'Toen ... woonde hij in Haran.' En dat is precies de plaats die Genesis 12:4 geeft.

Een gelaat als van een engel
Voor de hoorders van Stefanus, allemaal scherpzinnige theologen, waren dit beslist geen tegenstrijdigheden en ook al de andere niet die men verderop zo vaak in Stefanus' rede meent aan te moeten wijzen. Als Stefanus in de war was geweest, waren zijn opponenten wel aan het begin van zijn rede al woedend opgesprongen om hem kwaad te doen. Dat is eigenlijk wat veel moderne christelijke theologen doen. Zij springen al dadelijk bij het begin van Stefanus' rede geërgerd op om hem met hun kritiek te bekogelen. Maar onterecht, zij zouden wat beter hun huiswerk moeten doen. Dat zou een hoop rust geven, in elk geval veel meer ruimte om vertrouwen te oefenen in de eenvoud van Gods Woord, want dat geeft mensen het gelaat als van een engel.

B.J.E. van Noort