|
Teologia
Als schrijftafels konden spreken?
Intro
(Toen zei Israël tot Jozef:) 'Je broers weiden immers bij Sichem? Kom, ik wil je tot hen zenden.'
(En hij zei:) 'Hier ben ik.'
(Verder zei hij tot hem:) 'Ga toch en doe onderzoek naar de welstand van je broers en naar welstand van de schapen en breng mij bericht.'
(En hij liet hem gaan uit het dal van Hebron. Toen hij nu in het veld omdoolde, trof hem een man aan die hem vroeg:) 'Wat zoek je?'
(En hij zei:) 'Ik zoek mijn broers; vertel mij toch waar ze weiden.'
(Daarop zei de man:) 'Zij zijn van hier opgebroken, want ik heb hen horen zeggen: Laten wij naar Dotan gaan.'
Genesis 37:13-17
(Zij zeiden tegen elkaar:) 'Zie, daar komt die aartsdromer aan. Nu dan, komt, laten wij hem doden en in een van de putten werpen en laten wij dan zeggen: een wild dier heeft hem verslonden. Dan zullen wij zien wat er van zijn dromen terechtkomt.'
(Toen Ruben dit hoorde, wilde hij hem uit hun hand redden en zei:) 'Laten wij hem niet doodslaan.'
(Verder zei Ruben tot hen:) 'Vergiet geen bloed; werpt hem in deze put in de woestijn, maar slaat de hand niet aan hem.'
(... Toen zei Juda tot zijn broers:) 'Wat voordeel is erin gelegen wanneer wij onze broer doden en zijn bloed verbergen? Komt dan, laten wij hem aan de Ismaëlieten verkopen, maar laten wij niet de hand aan hem slaan, want hij is onze broer, ons eigen vlees.' (En zijn broers gaven daaraan gehoor.)
(... Ruben ... keerde naar zijn broers terug en zei:) 'De knaap is er niet; en ik, waar moet ik heen?'
Genesis 37:19-22;26-27,29-30
(En zij lieten het pronkgewaad aan hun vader brengen met de boodschap:) 'Dit hebben wij gevonden; zie toch of dit het kleed van uw zoon is of niet.'
(En hij herkende het en zei:) 'Het is het kleed van mijn zoon. Een wild dier heeft hem verslonden. Jozef is stellig verscheurd.'
(... maar hij weigerde zich te laten troosten en zei:) 'Neen, rouw dragend zal ik tot mijn zoon in het dodenrijk neerdalen.'
Genesis 37:32-33;35
De eerste schrijftafel, een reisverslag.
De geschiedenis van Jozefs tocht naar zijn broers is bijzonder interessant vanuit het oogpunt van overlevering.
Hoe zijn de gesprekken tot ons gekomen die we daarin aantreffen? In de documentatie-exegese houden we rekening met
een intensief gebruik van schrijfplanken. Die moeten er in alle vormen en maten geweest zijn in de
oudtestamentische tijd. Daardoor kon de spreukendichter het menselijk hart vergelijken met een schrijftafel:
'Schrijf ze (liefde en trouw) op de tafel van je hart ...' (Spreuk. 3:3) Documentatie-exegese biedt de mogelijkheid
in de oudtestamentische exegese een levensvatbare theorievorming te bieden over de bewaring van het gesproken
woord dankzij de toepassing van schrijfplanken in de verste oudheid. Bijvoorbeeld in de Jozefgeschiedenis.
Het eerste gesprek was tussen Jozef en zijn vader Jacob die hem erop uitstuurde om naar zijn broers te gaan. De
documentatievorm is: reisverslag. Dat wil zeggen Jacob schreef op een schrijfplank het doel van de tocht. Jozef
die de opdracht ontving, schreef daaronder zijn instemming. Dan volgden er details op de schrijfplank voor de
boodschapper om niet te vergeten. Bij terugkomst kon met behulp van de schrijfplank nagegaan worden of alles
was gelukt zoals was afgesproken. Aantekeningen die onderweg op de schrijfplank(set) waren gedaan, verhoogden
bij terugkomst de levendigheid van de berichtgeving over wat er op de tocht was voorgevallen. Toen Jozef
onderweg in gesprek raakte met iemand die meer wist over zijn broers, pakte hij dus snel zijn schrijfplank
erbij en de man begreep de bedoeling. Hij was bereid om te helpen: 'Wat zoek je?' En Jozef reageerde: 'Ik
zoek mijn broers; vertel mij toch waar ze weiden.' Ook schreef de man nog: 'Zij zijn van hier opgebroken,
want ik heb hen horen zeggen: Laten wij naar Dotan gaan.' Het lijkt op een verduidelijking bij een situatieschets
die de man op de wasplank had gemaakt.
Toen Jozef later in de put gegooid werd, was Ruben de aangewezen persoon om zich over Jozefs spullen te
ontfermen. Hij was de oudste en bovendien, had hij nog enig gevoel voor Jozef getoond. Zo zal hij in het bezit
gekomen zijn van de schrijftafel met het reisverslag. Wat ging er door Ruben heen toen hij later bij zijn
vader stond die zich niet wilde laten troosten. Natuurlijk dacht hij aan de schrijftafel van Jozef. Wat zou
er gebeuren als hij die aan zijn vader liet lezen? Maar nee, dat kon hij niet doen. De tweede schrijftafel,
die van Juda, zou dan ook ter tafel komen en die zou zijn naam onthullen als medeplichtige. En Ruben zweeg.
Elke dag zou het moeilijker worden voor Ruben om zijn mond te openen over deze zaak.
De tweede schrijftafel, een geheim contract.
Toen de broers Jozef zagen aankomen, beraadden zij zich wat hen te doen stond. Dit was hun kans om zich van
hem te ontdoen. Om uit te sluiten dat het plan mislukte, pakte Juda zijn schrijfplank. Daarop schreef hij het
plan wat ze besproken hadden en toen liet hij de plank rondgaan. Toen allen hun zegel eronder hadden gezet,
was Jozef kansloos geworden. Toch zette Ruben er nog een duidelijke versoepeling onder om Jozef niet meteen
te doden, maar om hem alleen in een put te gooien. De broers accepteerden Rubens aanpassing in het besef dat
een gemeenschappelijke afspraak voorwaarde was om tegen Jozef op te treden. Het was nu of nooit. Eventuele
slaven die zij bij zich hadden, zullen wel onder zware bedreigingen tot zwijgplicht zijn gedwongen.
Toen zagen de broers handelaars voorbijkomen en de mogelijkheid voor een nieuwe aanpassing van het
oorspronkelijke plan deed zich voor. Ze konden Jozef het beste verkopen. Voor de noodzakelijke veiligstelling
van het nieuwe plan was weer nodig dat het op schrift kwam en zo gebeurde het, onder Juda's eerdere plan.
Opnieuw werd de plank rondgegeven en ieder zette zijn zegel. Behalve Ruben, hij was er even niet. Toen het
kwaad al geschied was en Ruben terugkeerde, werd hij gedwongen om ook zijn zegel te zetten. Maar dat deed
hij 'onder protest', hij zette erbij: 'De knaap is er niet en ik, waar moet ik heen?' Hij kon geen kant op
en dat wilde hij niet onopgemerkt laten. Dit was niet zijn plan, hij werd ertoe gedwongen.
Juda heeft jarenlang zijn schrijftafel bewaard. Die was het bewijs dat hij niet de enige was geweest, maar
dat ze het allemaal gedaan hadden. Jaar in jaar uit woonde hij samen met die leugen onder één dak. Hij wist
precies waar het ding lag, ergens op een donkere plek. Wat ging er door deze mannen heen, toen ze bij hun
vader stonden die rouwde over Jozef? Af en toe zullen ze tersluiks naar elkaar hebben gekeken. Ze wisten
allen: Juda's schrijftafel snoerde hen de mond. Wat was het leven ineens gecompliceerd geworden en donker.
En wat ze gedaan hebben met de twee zilverstukken die elk had gekregen voor het verraad? Daarover vermeldt
het boek Genesis niets. Ongetwijfeld verergerden die alleen maar het gevoel van mislukking.
De derde schrijftafel, een laatste aandenken.
De dag was voor Jacob begonnen als alle andere dagen. Maar toen was die boodschapper gekomen met het gescheurde
en besmeurde kleed van Jozef. Die dag werd voor Jacob onuitwisbaar voor zijn verdere leven. En dan die
schrijfplank die erbij zat met de woorden: 'Dit hebben wij gevonden ...' Jacob werd volledig op het verkeerde
been gezet over wat er werkelijk gebeurd was met Jozef. Oh ja, de broers logen zogenaamd niet. Ze hadden het
kleed inderdaad gevonden. Maar één ding vertelden ze er niet bij: wáár ze het gevonden hadden. Op het lichaam
van Jozef. Als nakomelingen van Abraham konden ze weten dat God bedriegen verafschuwt en er een meester in is
om aan het licht te brengen wat mensen voor elkaar verbergen.
Zoals bij de geboorte van een kind vaak een eerste uitspraak van een vader of moeder werd bewaard omdat men
geloof hechtte aan de kracht van het gesproken woord, zo schreef Jacob nu bij de dood van Jozef onder het
bericht op de schrijftafel 'Het is het kleed van mijn zoon. Een wild dier heeft hem verslonden. Jozef is
stellig verscheurd.' Toen zijn kinderen hem wilden troosten, schreef hij in dezelfde geest erbij: 'Neen,
rouw dragend zal ik tot mijn zoon in het dodenrijk neerdalen.' De schrijftafel met deze woorden bewaarde
Jacob als laatste herinnering aan Jozef.
Een sprookje ...?
Zo waren er in Jacobs familie drie wastafels gekomen. De drie hoofdrolspelers, Jacob, Ruben en Juda, hadden
er elk één. Jaar in jaar uit droogde de was verder uit totdat die steenhard was geworden op de planken.
Onuitwisbaar stonden de letters er in voor jaren. Als het en sprookje was geweest, dan waren de drie
schrijftafels 's nachts aan de wandel gegaan en dan hadden ze met elkaar besproken hoe ze die gemene broers
te slim af zouden zijn en dat ze tegelijk op Jacobs werktafel zouden gaan liggen. Maar het was geen sprookje,
schrijftafels gaan niet aan de wandel en kunnen niet spreken. Ze lagen daar maar totdat de mensen zelf
gingen spreken en toen waren ze eigenlijk niet nodig meer, behalve dan voor de verslaglegging die Jacob
verzorgde over zijn leven in het boek Genesis. Toen werden ze toch nog voor de dag gehaald. Nu nog zijn
de gesproken woorden van de schrijftafels als kleurrijke foto's opgenomen in het bijbelboek Genesis.
B.J.E. van Noort
|