Teologia

De scheppingsberichten als trendsetters

'In het begin schiep God de hemel en de aarde...' Gen. 1:1
'Ten tijde dat de HERE God aarde en hemel maakte...' Gen. 2:4

Op de website van de NBV worden in de 'Voederbak' verklarende toelichtingen gegeven op het vertaalwerk. Daarin wordt geopend met de voor de gelovige bijbellezer pijnlijke opmerking: 'Wie de eerste vijf bijbelboeken (ook wel tora of Pentateuch genoemd) leest, merkt op verschillende plaatsen tegenstrijdigheden op. Zo zijn er bijvoorbeeld in Genesis 1-3 twee verschillende scheppingsverhalen te herkennen.' Wie in een woordenboek kijkt naar de betekenis van 'tegenstrijdigheid' wordt doorverwezen naar het woord 'strijdig' en dat houdt in 'niet verenigbaar met'.

Hier wordt, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, meegedeeld dat er tegenstrijdigheden (onverenigbaarheden) in de Tora zijn zoals de scheppingsberichten. De voorbeelden die dan naar voren worden gebracht als zogenaamde onverenigbaarheden tussen deze verhalen zijn ronduit gezocht. Later is er nog cryptisch aan toegevoegd: 'Consensus over de bronnentheorie bestaat echter niet, behalve dat meestal wel wordt aangenomen dat de twee scheppingsverhalen uit twee verschillende bronnen afkomstig zijn.' Dus wel een bronnentheorie voor de scheppingsberichten en dat heeft weer iets te maken met die zogenaamde tegenstrijdigheden.

Het concept van de bronnentheorie is in de theologie standaard. In dit concept is er de noodzakelijke behoefte om tegenstrijdigheden te vinden in de Schrift en die worden dan ook ijverig gezocht en gevonden. Die tegenstrijdigheden zijn een rechtvaardiging voor de opvatting dat er bronnen uit verschillende overleveringstradities zijn gebruikt voor de totstandkoming van een bijbelboek, omdat van één schrijver niet te verwachten valt dat hij tegenstrijdigheden zal doorgeven.

Menig theoloog gaat ervan uit dat er twee bronverhalen zijn geweest waaruit de scheppingsberichten afkomstig zijn. De bronverhalen worden genoemd E en J. In bron E zou steeds 'Elohiem' gebruikt zijn voor het woord 'God' en dus dankt deze bron daaraan de naam E. Het eerste scheppingsbericht (Genesis 1-2:3) zou uit E komen, omdat in dit bericht steeds van God wordt gesproken als Elohiem. In J zou de naam Jahwè (HERE) gebruikt zijn als de naam voor God. Het tweede scheppingsbericht (Genesis 2:4-25) zou uit J komen omdat in deze passage over HERE God wordt gesproken. In de koningentijd, lang na Mozes, zouden de twee bronnen E en J zijn samengevoegd tot één verhalenbundel. Later zouden er nog toevoegingen zijn geweest, zodat in de tijd na de ballingschap de Tora voltooid zou zijn en dat is ook de tijd die men in de inleidingen van de NBV op de bijbelboeken aanneemt (zie bijboorbeeld inleiding op Genesis).

Het eerste scheppingsbericht zou ontstaan zijn in een geloofsgemeenschap in de verre oudheid waarin Elohiem (God) vereerd werd zonder een eigen naam. Maar dan houdt men geen rekening ermee dat goden in de oudheid altijd een naam hadden. Een godheid zonder naam, is in de oudheid ondenkbaar. Vooral als het ook nog eens om een centrale Scheppergod gaat (Genesis 1-2:3); die zou zonder meer een specifieke naam gehad moeten hebben. Door het ontbreken van een Godsnaam in het eerste hoofdstuk van Genesis loopt de bronnentheorie al meteen vast. Altijd hebben de christenen de eenheid van de twee scheppingsberichten gezien als een voortzetting van openbaringen over God en mens. In het tweede scheppingsbericht wordt de naam van God geopenbaard 'HERE' en daarom hebben volgens joden en christenen deze berichten altijd vanaf hun oorsprong noodzakelijk bijeen gehoord. Dat is de bijbelse en ongeslagen logica.

De scheppingsberichten zijn trendsetters voor heel de bijbel. Dat wil zeggen, als er overeenkomstig het concept van bronnenscheiding inderdaad tegenstrijdigheden staan in de scheppingsberichten, zullen er natuurlijk in heel de bijbel tegenstrijdigheden zijn te verwachten. Dan is het onmogelijk geworden om de bijbel te gebruiken om 'daarnaar het geloof te regelen, daarop te gronden en daarmede te bevestigen' (zoals de Nederlandse geloofsbelijdenis treffend zegt.). De NBV-verklaarders schijnen zich daar niet om te bekommeren, maar dat is niet het einde van het verhaal.

De scheppingsberichten laten zelf niet veel over van het concept van de bronnentheorie. Genesis 1 en 2 zijn onlosmakelijk vanwege de Godsnaam 'HERE' in het tweede hoofdstuk. Daarom is dit concept op de keeper beschouwd vanaf het begin een verloren zaak. Ook van een wetenschappelijke theorie geldt: Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht. Het aanzien van de bronnentheorie wordt door de scheppingsberichten onherstelbaar beschadigd voor wie doordenkt. Deze trend van afwijzing van de bronnentheorie is voor heel het oude testament indrukwekkend verankerd in de scheppingsberichten.

Natuurlijk blijft de vraag: Waar haalde Mozes de scheppingsberichten vandaan? Zie daarvoor het artikel 'Aard en oorsprong van de scheppingsberichten'.

B.J.E. van Noort