|
|
Reisnotites van een jonge held'Isaï zei tot zijn zoon David: "Neem toch voor je broers een efa van dit geroosterd koren en deze tien broden en breng ze vlug naar de legerplaats, naar je broers. En deze tien melkkazen moet je aan de overste over duizend brengen; en je moet gaan zien hoe je broers het maken en breng van hen een pand mee."' 1 Sam. 17:18 De taak die Isaï aan zijn zoon opdroeg, bracht een grote verandering in Davids leven, waar zij op dat moment nog geen vermoeden van hadden. Eenmaal in het leger aangekomen werd David geconfronteerd met Goliath en na het verslaan van de krachtpatser was zijn naam in Israël gevestigd. Belangrijke vragen zijn: Hoe komt het dat er zoveel gesprekken in het Oude Testament zijn te vinden? Liggen werkelijk de gesprekken zoals die eens gesproken zijn voor ons of niet? Of zijn al die dialogen later bedacht door knappe schrijvers? Het geheim achter deze vragen is: documentatievormen. Een documentatievorm wordt bepaald door het noodzakelijk of voorwaardelijk (geachte) documentatie-aspect van een gebeurtenis. De documentatievorm van Isaï's woorden is: taakomschrijving of opdracht die niet fout mocht gaan (zie boven) en de opdracht werd daarom op schrift gezet door Isaï. Waarschijnlijk gebruikte hij een wastafelset. In het geheel gaf Isaï aan David vijf opdrachten en ongetwijfeld wilde hij dat die allemaal goed zouden worden uitgevoerd. De volgende morgen toen ieder nog sliep, bij het opladen van de wagen, hoefde David zich niet te vergissen; hij hoefde slechts de wastafel(s) open te klappen om te weten of hij alles bij zich had. Behalve de documentatievorm taak/opdracht is er ook die van schriftelijke berichtgeving of brief. Want aan het eind zegt Isaï dat David van zijn broers een pand moet meenemen. Hoewel hieraan verschillende uitleggingen zijn gegeven, domineert de verklaring dat Isaï David vroeg een positief levensteken van zijn broers mee terug te nemen. Het woord pand, borg is in dit verband interessant. Door een zegel onder een document te zetten was men borg voor het geschrevenen, de zegelafdruk was het pand. Waarschijnlijk vroeg Isaï aan David dat de broers even iets zouden schrijven in een wastafel met hun zegel erbij. In het kamp aangekomen, ging David naar zijn broers. Hij had zijn wastafelset bij zich, want hij wilde hen vragen iets erin te zetten. Zodra hij bij hen was, werden ze opgeschrikt door het geschreeuw van Goliath die de Israëlieten uitdaagde (vs. 23). Dan volgt een nieuwe documentatievorm: onderhandse communicatie. Daarvan is sprake als tijdens een gebeurtenis iemand het noodzakelijk acht om een bevel te geven of een vraag te stellen o.i.d. zonder al de anderen op de hoogte te stellen. Dan pak je je schrijftafel en kras je je boodschap erin, laat die lezen en beantwoorden of uitvoeren. Iedereen was onder de indruk van Goliath en praatte door elkaar. David was gekwetst en wilde precieze informatie, dus bood hij één van de aanwezigen zijn wasbord aan terwijl hij om informatie vroeg. En die schreef: 'Heb je die man wel gezien die daar aankomt? Ja, hij komt om Israël te tarten! Wie hem verslaat die zal de koning grote rijkdom schenken, hij zal hem zijn dochter geven en zijn familie vrijstellen van lasten in Israël.' (vs. 25) David kon het antwoord niet geloven en herhaalde zijn vraag aan een ander op het wasbord en kreeg een soortgelijk antwoord. (vs. 26-27) Eliab, de oudste broer van David kreeg lucht van Davids gesprekken; hij ergerde zich aan Davids gedrag en besloot op te treden: 'Waarom ben je eigenlijk gekomen? En bij wie heb je die paar schapen in de woestijn achtergelaten? Ik ken je overmoed en de boosheid van je hart: je bent gekomen om de strijd te zien.' (vs. 28) Als oudste had Eliab bij afwezigheid van zijn vader het recht de positie van zijn vader in te nemen in een familie-aangelegenheid. Dat deed hij nu en hij schreef zijn woorden op om zijn gezag vast te stellen. Documentatievorm: woord van een gezaghebber. David pareerde het woord van zijn broer door eronder te schrijven 'Wat heb ik nu misdaan? Het was maar een vraag.' (vs. 29) David wist dat Isaï de notites zou lezen en hij dekte zich in door zijn reactie (documentatievorm: zelfrechtvaardiging.) Toen na het verslaan van Goliath David zijn wastafelset onder ogen kreeg, had hij notities van vier documentatievormen: een taakomschrijving (opdracht), een onderhandse communicatie, het woord van een gezaghebber en een zelfrechtvaardiging. Tenslotte moeten nog twee andere documentatievormen bij deze geschiedenis genoemd worden:
Op beslissende momenten kon een koning niet zonder schrijvers. David had nog een gesprek met koning Saul (documentatievorm: koninklijke audiëntie, vs. 32-39). Bovendien is ook de woordenwisseling tussen Goliath en David bewaard gebleven (documentatievorm: strijdrede, aanvalswoorden, vs. 43-47). Voor Sauls schrijvers waren de reisnotities van David een welkome aanvulling bij de aantekeningen die door henzelf waren gemaakt tijdens de audiëntie en de strijd daarna. Zij konden van de reisnotities een goed gebruik maken bij hun verslag over deze uitredding van Israël. Natuurlijk blijft het vaak gissen naar de volledige toedracht van de gebeurtenissen in bijbelse geschiedenissen. Toch is het onderzoek de moeite waard. De documentatievormen blijken steeds de harde kern te zijn. De dialogen zijn niet achteraf bedacht, maar vinden een logische verklaring in de documentatiemomenten in de gebeurtenissen. Dat brengt ons bij de volgende conclusie: Daar men in staat was het gesproken woord te bewaren, kunnen we ook zeker zijn van de overige informatie in de bijbelse overlevering, omdat het overleveren van het gesproken woord de moeilijkste opgave is in geschiedschrijving. B.J.E. van Noort |
|