|
|
Het oude testament: fictie of non-fictie?'(2) Want indien het woord door bemiddeling van engelen gesproken vast werd en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen, (3) hoe zullen wij dan ontkomen indien wij geen ernst maken met zulk een heil dat toen het een aanvang nam om gesproken te worden door de Here door de hoorders voor ons werd vastgemaakt (vastgesteld), (4) terwijl ook God getuigenis daaraan gaf door tekenen en wonderen en velerlei krachten en door de heilige Geest toe te delen naar zijn wil.' Hebr. 2:2-4 Dit is een merkwaardige tekst in de Hebreeënbrief waarvan de betekenis vanouds veel vragen heeft opgeroepen en er is dan ook altijd een sterk interpreterende vertaling gegeven. In het bovenstaande is de vertaling NBG 51 gevolgd. De schuin gedrukte woorden zijn anders, daar is een woord-voor-woord vertaling gegeven. En daarover moeten we het hebben, want er staat nu iets heel ongewoons. In deze verzen is er een vergelijking gemaakt tussen de Tien Geboden en de rest van het Oude Testament en over beide worden er boeiende dingen gezegd. In de commentaren wordt er niet aan getwijfeld dat het in vers 2 gaat over de Tien Geboden. Eens ging Mozes voor een tweede keer de berg op en ontving de Tien Geboden voor een tweede keer op steen door bemiddeling van engelen zoals we ook lezen in Hand. 7:53 en Gal. 3:19. Dat het hierover gaat, blijkt uit een paar duidelijke aanwijzingen. In de eerste plaats gaat het om engelenwoorden waarbij overtreding en ongehoorzaamheid een grote rol spelen. In de tweede plaats is er sprake van een 'rechtmatige vergelding' en 'rechtmatig' is nog zwak uitgedrukt, het Grieks heeft hier 'in het recht gegronde' vergelding. Kortom het gaat om een set uitspraken van engelen waarbij bestraffing volgde op overtreding. Er is slechts één mogelijkheid: de Tien Geboden zoals Mozes die kreeg toen hij voor de tweede keer de berg was opgegaan, door engelen geschreven op de twee stenen tafelen (Ex. 34:1-4). In vers 3 gaat het over het spreken van God in de schepping en vervolgens en dat wordt voorgesteld als één groot heil (voor de mens uiteraard). Vaak gaat men ervan uit dat dit heil betrekking heeft op het onderwijs van de Here Jezus. Maar wanneer we serieus de context meewegen waarin deze passage staat, moeten we zonder meer stellen dat dit veel te beperkt is. In Hebr. 1:1 wordt er geopend met het spreken van God in de profeten tot en met zijn spreken in de Zoon. Daaraan wordt vervolgens gerefereerd door (1) de toepassing van veel citaten uit het Oude Testament (v. 5-13), (2) door de oproep aandacht te schenken aan hetgeen wij gehoord hebben (2:1). Het is daarom uitgesloten dat het in vers 3 slechts gaat om het onderwijs van de Here Jezus. Nee, het gaat daarin om het spreken van God door de eeuwen heen vanaf de schepping. Zo staat het er kloek en klaar, maar dat is nogal wat. Het zou betekenen dat vanaf de schepping Gods Woord door hoorders is vastgelegd, opgetekend. Zowel in vers 2 als in vers 3 komt de woordstam 'vast' voor. Dat betekent voor een correcte vertaling dat aan deze woorden een gelijke betekenis moet worden toegekend, omdat elk in een lid van de vergelijking staat, ofwel in één context. In vers 2, het woord van engelen (Tien Geboden) 'werd vast' en in vers 3 heel het spreken van God 'werd vastgemaakt'. 'Vast' betekent: optekening, schriftelijke vaststelling, zoals de Tien Geboden schriftelijk aan Mozes werden geschonken. Wanneer men kiest in vers 2 'van kracht werd' (zoals in NBG 51) dan moet dat ook gebeuren in vers 3 'het heil dat ... door de hoorders voor ons van kracht werd gemaakt'. Maar dat is natuurlijk onmogelijk; hoorders maken Gods heil niet van kracht. Dus de vertaling van NBG 51 'van kracht werd' in vers 2 is ook uitgesloten. Men vertaalt vaak in vers 3 'vastmaken aan' en zo komt men tot 'overleveren aan' en dan krijgt men 'het heil dat ... door de hoorders aan ons werd overgeleverd.' Echter het Griekse woord bebaioo kent niet de notie van een beweging of richting of overdracht. Het is 'vastmaken' in de zin van: bevestigen vóór, vaststellen ten behoeve van (wetten, regels, afspraken enz.). De woord-voor-woord vertaling laat geen andere mogelijkheid voor vers 3 dan de betekenis dat het spreken van God vanaf het begin van de schepping is vastgelegd voor de mens, heel het spreken van God inclusief de Tien Geboden zoals die de eerste maal werden uitgesproken. Dat is het heil waarvoor wordt opgeroepen om er volledige aandacht aan te schenken: van de scheppingsberichten tot en met de evangeliën. Inderdaad, wanneer het zo is dat Gods spreken in de schepping en steeds daarna werd opgetekend door schrijvers, dan is het die aandacht natuurlijk ten volle waard. Dan hebben we in het Oude Testament te doen met het genre non-fictie in plaats van het genre fictie, zoals velen menen. De stenen tafels van de Tien Woorden zijn niet bedoeld om de hardheid van de straf aan te geven bij overtredingen, maar ze zijn bedoeld puur om de vastheid van de Tien Woorden aan te geven en daarmee de vastheid van heel de geschreven Tora. Zo nauwkeurig als de Tien Woorden bewaard bleven in steen, even nauwkeurig werden al Gods andere woorden in de Tora bewaard. Dat is de diepzinnige betekenis van de Twee stenen tafelen. De vraag hoe dat alles mogelijk is, staat nu natuurlijk levensgroot voor ons. In latere artikelen zal daarop ingegaan worden; want als eenmaal A is gezegd, moet B volgen. B.J.E. van Noort |
|