|
|
De opstanding van JezusHij is hier niet, want Hij is opgewekt gelijk Hij u gezegd heeft; komt, ziet de plaats waar Hij gelegen heeft. (Mattheüs 28:6) Jezus zoeken jullie, de Nazarener, de gekruisigde. Hij is opgewekt, Hij is hier niet; ziet de plaats waar zij Hem gelegd hadden. (Marcus 16:6) Wat zoekt u de levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt. (Lucas 24:5b-6a) .. en zich voorover buigende zag hij de linnen windsels liggen; hij ging echter niet naar binnen. Simon Petrus dan kwam ook, hem volgende, en hij ging het graf binnen en zag de windsels liggen, maar de zweetdoek die op zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de windsels liggen, doch opgerold (gewikkeld) terwijde op een andere plaats. Toen ging ook de andere discipel die het eerst aan het graf gekomen was, naar binnen en hij zag het en geloofde ... (Johannes 20:6-8) Altijd hebben de christenen begrepen dat de evangeliën elkaar aanvullen. Die gedachte dringt zich snel op bij serieuze lezing. De verklaring voor de verscheidenheid van de beschrijvingen ligt meestal in de sfeer van: de evangelisten hebben allemaal wat anders gezien en doorgegeven. Zoals bij een juridisch proces getuigen ook verschillende aspecten van een zaak naar voren brengen. Toch is dat voor de evangeliën te simpel gesteld. De schrijvers hadden dan best één of meer samenhangende verhalen kunnen maken uit de verschillende getuigenissen. Maar daaraan schort het volledig bij de berichtgeving over de opstanding. De onsamenhangendheid van de verschillende berichten over de opstanding is werkelijk schrikbarend. (Bijvoorbeeld: één evangelie noemt één vrouw die naar het graf ging, een ander noemt twee vrouwen en een derde noemt drie vrouwen.) Een veel betere verklaring is dat de evangelieschrijvers verslagen hebben doorgegeven die gemaakt zijn tijdens en kort na de gebeurtenissen en dat zij die later niet meer veranderden toen zij hun evangeliën samenstelden. In mijn boek 'De vastheid van het gesproken Woord' heb ik uitvoering laten zien hoe de samenhang is van de opstandinginsberichten en dat hoeft hier niet herhaald te worden. Eén aspect waar ik bij stil wil staan, is wat de evangeliën doorgeven over de gebeurtenis van de opstanding zelf. Wie daar in de vier evangeliën naar zoekt, kan niet anders dan zich verbazen dat dit centrale gedachtengoed van de bijbel zo mager uit de verf komt. In Mattheüs is er alleen de opmerking om te kijken naar 'de plaats waar Hij gelegen heeft'. Dat zeiden die engelen niet voor niets; het moet meer betekent hebben dan: daar is Hij niet meer, dus Hij is opgewekt. Dan was de aanwezigheid van de engelen en hun woord meer overtuigend voor de opstanding dan het lege graf. Ook Marcus geeft een verwijzing om te kijken naar 'de plek waar zij Hem gelegd hadden'. Bij Mattheüs kan met 'de plaats waar Hij gelegen heeft' nog het graf zelf bedoeld zijn, omdat dit buiten het graf tegen de vrouwen is gezegd. Maar bij Marcus is het niet mogelijk om 'de plaats waar zij Hem gelegd hadden' op te vatten als 'het graf', omdat dit gezegd wordt tegen de vrouwen terwijl zij in het graf staan. Nu wordt uitdrukkelijk verwezen naar de ligplaats waar het lichaam was neergelegd. De aanmoedigingen van de engelen om daarnaar te kijken versterken de opvatting dat daar iets bijzonders mee was. Die plek had iets speciaals, maar wat? De achteloosheid dat er verder niets verteld wordt hierover in de evangeliën van Mattheüs, Marcus en Lucas is bijna stuitend te noemen. Alleen het Johannesevangelie geeft uitsluitsel. Uit het daar opgenomen bericht kan er opgemaakt worden wat er gebeurd moet zijn tijdens de opstanding van Jezus. De discipel die met Petrus samen naar het graf holde, wordt eerder in de beschrijving genoemd 'de discipel die Jezus liefhad'. Algemeen neemt men aan dat dit Johannes was en wij volgen hier deze opvatting. Wanneer hij bij het graf komt, is zijn eerste indruk dat alles goed is, want hij ziet de windsels liggen. Hij wacht op de aankomst van Petrus, die naar binnen gaat om de zaak grondig te inspecteren. Sober en gedetailleerd beschrijft hij dan wat Petrus ziet. Ook hijzelf gaat naar binnen om te kijken. En dan lezen we: Hij zag en geloofde. Kortom de plaats waar Jezus gelegen had, was werkelijk buitengewoon en de engelen hadden daar niet voor niets op gewezen. Petrus zag de windsels liggen en die lagen op dezelfde plaats waar het lichaam gelegen had (zie ook Marcus). Op het eerste gezicht was dat ok. Maar dan noemt Johannes de zweetdoek die op (over) zijn hoofd was geweest. Die lag op een andere plaats. Die lag 'entetuligmenon', dat wil zeggen 'omwikkeld' of 'gewikkeld'. Men vertaald meestal 'opgerold', maar het woord 'entulissoo' is: (iets) inwikkelen, (iets) omwikkelen. Hetzelfde werkwoord is gebruikt in Lucas 23:53 waar het gaat over het wikkelen van het lichaam van de Heer in linnen door Jozef van Arimatea. Deze beschrijving vertelt de aandachtige lezer hoe de opstanding het beste voorgesteld kan worden. Een engel heeft in het graf met zachte hand de doek die om Jezus' hoofd gewikkeld was weggeschoven zonder zelfs maar de wikkeling van de hoofddoek te verstoren. Daarna sloeg de Heer de ogen op en met zijn verheerlijkt lichaam stond Hij dwars door de doeken heen op terwijl Hij die achterliet zoals ze om zijn lichaam gewikkeld waren bij zijn begrafenis. Jezus was niet opgestaan zoals Lazarus die met de windsels naar buiten was gekomen en die door anderen uit de windsels moest worden gepeld. Jezus had zich niet na zijn opstanding van de windsels ontdaan zodat die in wanorde kwamen te liggen of zelfs op de grond waren gevallen. Ze waren keurig blijven liggen op de plaats waar Hij gelegen had. Bij zijn opstanding ontving Jezus een lichaam van een andere aard. Zijn stoffelijk lichaam veranderde in een geestelijk (verheerlijkt) lichaam waarin zijn stoffelijk lichaam was opgenomen. Later vertoonde hij zich daarmee aan zijn leerlingen en het verheerlijkte aspect was merkbaar voor hen aanwezig. Johannes zag de lege cocon van de windsels en hij geloofde: hier was een wonder gebeurd. Waarom wordt er zo weinig gezegd in de andere evangeliën over de wonderbaarlijke aanblik van de doeken? Omdat slechts enkelen dit gezien kunnen hebben om er verslag van te doen: Petrus, Johannes en enkele vrouwen. Want wat moet er gebeurd zijn toen de soldaten in de vroegte bij de priesters meldden dat ze een engel hadden gezien die het graf opende? De priesters wisten natuurlijk niet wat ervan te denken. Zij riepen een vergadering bijeen (Mattheüs 28:11-12). Om te weten waarover men sprak, heeft men ongetwijfeld meteen een afvaardiging naar het graf gestuurd om het te inspecteren en om het opnieuw onder bewaking te stellen. Vanaf dat moment kon niemand er meer in en later voordat het graf werd vrijgegeven, was er natuurlijk opdracht gegeven om alles wat aan Jezus' begrafenis herinnerde te verwijderen (en te vernietigen). Terugblikkend kunnen we ons ook een beeld vormen van de inleiding op en de afsluiting van de opstanding. Mattheüs vertelt dat een engel met het uiterlijk als de bliksem en wit als sneeuw de steen wegrolde en daarop plaats nam. Er wordt door Mattheüs niets gezegd over de tweede engel waar de andere evangeliën over spreken. Het komt heel vaak voor dat in de evangeliën handelingsreductie wordt toegepast. Dat wil zeggen dat als een onderdeel van een gebeurtenis door een schrijver buiten beschouwing wordt gelaten ook de handelende persoon van dat onderdeel niet genoemd is. De andere engel is het graf ingegaan om hemelse kleding in het graf te brengen en de gewikkelde hoofddoek van Jezus' hoofd weg te schuiven. Daarna is hij weer naar buiten gegaan en vormde met de andere engel het gevolg van de Heer toen Hij naar buiten kwam om zijn ochtendgebed te doen. Toen later op de morgen de Heer zich bekend maakte aan de vrouwen zei Hij: 'Raak mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader...' (Johannes 20:17) Blijkbaar wilde Hij zich na zijn opstanding puur met de Vader delen zonder menselijke tussenkomst. Waarschijnlijk heeft dat diezelfde dag plaatsgevonden. Ruim een week later was dit in elk geval gebeurd, want toen werd Thomas uitgenodigd om Jezus' littekens aan te raken. Vanuit de hemel heeft de Heer zich veertig dagen lang aan zijn leerlingen geopenbaard om met hen te spreken over het Koninkrijk van God. Aan de liefde van de vrouwen om de Heer te verzorgen zodra het dag was geworden, danken wij het wonderbaarlijke verhaal van de doeken die ons iets vertellen over het hoe van de opstanding. In dat korte onbewaakte moment dat de wachters gevlucht waren en voordat er een nieuwe wacht was geïnstalleerd, konden Petrus en Johannes het graf inspecteren, dank zij het wanhopige en tegelijk doeltreffende optreden van de vrouwen. Voor veel meer bezoeken (en verslagen) is er geen tijd geweest. (Petrus is nog een tweede maal naar het graf geweest na het bericht van de vrouwen over de engelen, Lucas 24:12.) De berichtgeving over de opstanding vormt een interessante bevestiging voor de juistheid van de documentatietheorie dat alleen bestaande verslagen in de evangeliën zijn opgenomen, omdat ze ontstaan waren onder de directe werking van de Heilige Geest. De verslagen zijn niet mooier gemaakt. Dat hoefde ook niet; het weinige dat men had, was meer dan mooi, het was buitengewoon. En dat is het nog steeds. B.J.E. van Noort |
|