|
|
Aard en oorsprong van de scheppingsberichten'Ten tijde dat de HERE God aarde en hemel maakte - er was nog geen enkel veldgewas op de aarde en er was nog geen enkel kruid van het veld uitgesproten, want de HERE God had het niet op aarde doen regenen en er was geen mens om de aardbodem te bewerken, maar een [vloed] damp steeg op uit de aarde en bevochtigde de gehele aardbodem... ' Gen. 2:4-6 Velen houden de paradijsverhalen voor 'mythen', bedachte verhalen met een goddelijke oorsprong voor mens en wereld. Men spreekt van 'sagen' als het gaat om verhalen over de oudheid met een kern van historische waarheid. De beroemde theoloog Karl Barth wees de term 'mythen' af voor de scheppingsberichten; hij sprak van scheppingssagen (Kirchliche Dogmatik III/1,91-99). Voor het christelijk denken betekent dit meestal dat men een schepping door God erkent, maar dat wel alle details van Genesis 1-3 twijfelachtig zijn geworden omdat niemand weet wat er nu echt gebeurd is in dat paradijs, gesteld dat er al een paradijs geweest is (gezien de evolutietheorie). Kortom de aanvangsgeschiedenissen van de bijbel zijn in het algemeen christelijk denken zo schimmig geworden (en voor velen niet meer van deze tijd) dat het ongepast schijnt te zijn om voor de rest van de bijbel nog heldere berichtgeving te mogen verwachten.
Ook worden er vaak tegenstellingen aangenomen: Met betrekking tot het eerste punt: In Genesis 2 staat de schepping van de mens centraal en de andere scheppingsdaden die als flashbacks in het bericht staan, hoeven daarom natuurlijk niet de scheppingsvolgorde te representeren. Met betrekking tot het tweede punt: Men sluit de ogen ervoor dat in Genesis 2:4-6 (zie boven) een beschrijving wordt gegeven van de aarde voor de scheppingsweek toen het nog donker was: een aarde zonder veldgewas, zonder regen (want nog geen luchtkring die op de tweede dag kwam), zonder mensen die de aarde bewerkten, alleen water uit de aarde welde op voor vochtigheid. Het gaat hier niet om een stuk woestijn met een bron. Op de website van de NBV wordt de stijl van Genesis 1 als volgt gekarakteriseerd: 'In majestueuze bewoordingen beschrijft het eerste scheppingsverhaal het ontstaan van hemel en aarde door het scheppende woord van God. Het vertoont een zorgvuldige woordkeus, is plechtig van toon, gedragen van stijl en maakt gebruik van formules.' Met andere woorden de stijl kan hymnisch worden genoemd gezien de structuur en het woordgebruik. Genesis 1 lijkt een scheppingshymne te zijn gezongen door engelen, zoals het boek Job daarvan spreekt. 'Waar was je toen ik de aarde grondvestte? ..., terwijl de morgensterren tezamen juichten en al de zonen van God jubelden?' (Job 38:4,7) Met 'morgensterren' en 'zonen van God' worden hier ongetwijfeld engelen bedoeld. De stijl van Genesis 2 is beduidend anders dan van Genesis 1. Niet de zeven dagen staan centraal, maar de zevende dag waarop Adam en Eva werden geschapen. Er is geen sprake van gedragen woordgebruik, maar van een eenvoudige vertelstijl. Er wordt tot Adam gesproken en je vraagt je af: Werd Adam geschapen met kennis van taal of leerde hij zo snel? Zo snel als de planten uit de grond zijn gekomen op de derde dag? Of was er misschien een combinatie van ingeschapen kennis en grote leervaardigheid bij Adam en Eva? In het artikel "Het oude testament, fictie of non-fictie?" liet ik zien dat er geschreven werd vanaf het begin van Gods spreken op aarde. Dat wil zeggen: er werd geschreven in het paradijs. Niet op papyrus, niet met inkt, maar wel met een stift in klei die in voldoende mate voorhanden was. Er zijn duizenden kleitabletten gevonden in het Midden-Oosten, die verwijzen naar een hoog ontwikkelde kleischriftcultuur in de verre oudheid. Dat past bij de gedachte dat er in het vroegste begin van de mensheid in het paradijs ook op klei werd geschreven. In het oud-Hebreeuwse schrift ontbreken klinkertekens. Eigenlijk een uiterst geavanceerd schriftsysteem dat hierdoor later ook gebruikt kon worden als snelschrift om het gesproken woord vast te leggen. In elk geval is er veel voor te zeggen dat dit geavanceerde schriftsysteem aan Adam werd onderwezen in het paradijs door engelen, want het heeft zich niet ontwikkeld uit schrift met klinkertekens. Het Hebreeuwse alfabet (zonder klinkertekens) was er veel eerder dan het tegenwoordige alfabet (met klinkertekens). Sterker ons alfabet is ontstaan uit het Hebreeuwse (ook wel Phoenicische) alfabet via Grieken en Romeinen. Het woord alfabet komt van de Hebreeuwse letters 'alef' en 'beth'. Het is een intrigerende gedachte dat het oud-Hebreeuwse alfabet de grondslag schijnt te zijn geweest voor het huidige alfabet dat het meest gebruikte letterschrift is in de wereld. Wat betekende het schrift voor Adam en Eva? Namen zij de scheppingsberichten die zij hadden ontvangen van engelen mee uit het paradijs? Waar het gaat over 'Adam en zijn vrouw', 'de mens en zijn vrouw', 'de mens' lijkt het er inderdaad op dat zij verslagen meenamen die door derden, door engelen, geschreven waren. De mogelijkheid van een enkele latere aanvullling valt niet uit te sluiten (zoals Gen. 2:24). In elk geval weten we uit de geschiedenis van Israël dat engelen ook later het schrift gebruikt hebben om aan Mozes de Tien Geboden te geven. Hoewel niet op alle vragen een antwoord mogelijk is in dit concept van de scheppingsberichten, is het wel zo dat we in plaats van schimmige scheppingsverhalen ineens duidelijke scheppingsberichten voor ons hebben gekregen. Dat is goed nieuws. Het bevestigt voor iedere gelovige de majesteit van Gods Woord. De HERE is niet alleen in staat geweest om een volmaakte schepping voort te brengen, maar ook de grondslagen te leggen voor een volmaakte communicatie tussen Hem en de mens. We ontmoeten de HERE niet alleen in de majesteit van zijn schepping, maar ook in de majesteit van zijn Woord. B.J.E. van Noort |
|