|
Teologia
Lot en zijn dochters. Een volksverhaal?
'En de eerstegeborene zei tot de jongste: "... Kom, laten wij onze vader wijn te drinken geven en bij hem neerliggen, ..."' Gen. 19:32
'En de volgende morgen zei de eerstgeborene tot de jongste: "... wij zullen hem ook deze nacht wijn te drinken geven en ga jij dan naar binnen ...'" Gen. 19:34
De geschiedenis van Lot die door zijn dochters dronken gevoerd wordt alvorens
zij omgang met hem hebben en van hem zwanger worden, is misschien wel een van
de afschuwelijkste verhalen uit de bijbel. Menselijkheid en liefde zijn in deze
geschiedenis ver te zoeken en dat is schokkend waar sexualiteit een hoofdrol speelt.
In onze cultuur zijn we vertrouwd met sexuele wanorde tussen mensen. Maar deze verkrachtingsgeschiedenis
van Lot door zijn dochters zal ook menig modern mens met gekromde tenen lezen. Blijft de vraag: Is deze
geschiedenis een volksverhaal of is het kille waarheid?
In het omstreden rapport van de voormalige Gereformeerde Kerken synodaal 'God met ons' (1979) wist men
het antwoord: 'We hebben hier duidelijk te doen met volkse humor uit die tijd en we zouden deze vertelling
beslist te serieus nemen als we er geschiedschrijving in zagen. Zo drijven overal ter wereld volkeren de
spot met elkaar.' Een volksverhaal dus. In een evangelicale benadering van de bijbel kan hiervan geen
sprake zijn. Dat levert voor een evangelicale theologie wel de opgave om uit te leggen hoe we deze
authentieke geschiedens voor ons hebben gekregen. Daarvoor is het nodig om het begrip 'documentatievormen' t
e hanteren. Een documentatievorm wordt bepaald door het noodzakelijk of voorwaardelijk aspect van
documentatie in een gebeurtenis (aantekeningen maken). De geschiedenis van Lot en zijn dochters is
daarvan een voorbeeld.
Toen de oudste dochter van Lot haar voorstel ging doen aan haar jongere zuster om met hun vader omgang te hebben (v. 32), pakte zij eerst haar wasplank, klapte die open en terwijl zij haar voorstel uitsprak, kraste zij haar woorden in de was van de schrijfplank. De reactie van haar zuster wordt niet vermeld, maar de betekenis drong direct door en zij stemde in. Zij deed daarop wat er van haar verwacht werd, ze pakte haar zegel, misschien wel een rolzegel die ze om de hals droeg, rolde die onder het geschrevene in de was en bekrachtigde daarmee het zojuist uitgesproken voorstel. Mogelijk bracht de oudste daarna ook nog haar eigen zegel aan onder het document.
Door de documentatie van haar woorden en de bekrachtiging ervan maakte de oudste haar zuster vooraf tot medeschuldige, zij kon niet meer terug. Bovendien kon de oudste later met haar wasplank iedere beschuldiging van haar vader dat ze met een buitenstaander omgang had gehad, weerleggen. Haar zuster was bij voorbaat getuige. Zonder deze documentatie was het veel moeilijker zo niet onmogelijk voor de oudste om haar plan door te zetten. De volgende dag pakte zij de wasplank van haar zuster en schreef voor haar op dezelfde manier het voorstel om omgang met hun vader te hebben. Nu had ook de jongste een beveiliging vooraf en een garantie voor afstammingsrechten voor nageslacht omdat het binnen de familie was verwekt.
De documentatievorm van deze geschiedenis is: negatieve overeenkomst (vooraf maakt men elkaar tot partners, of liever
handlangers). De documentatievorm verklaart waarom dit de enige gesproken woorden zijn in deze geschiedenis.
In een volksverhaal zouden de personen veel kleurrijker zijn opgevoerd met spannende dialogen. Dat is hier niet het geval. Het is helemaal geen spannend volksverhaal en al helemaal geen humoristisch of spottend verhaal zoals het eerder genoemde raport stelde. Daarvoor is het te weerzinwekkend.
Is het zeker dat er wasplanken gebruikt zijn? Nee, er kan ook gebruik gemaakt zijn van papyrus en zelfs kleiplanken kunnen niet uitgesloten worden. Papyrus was ook in die tijd al in ruime mate voorhanden vanuit Egypte waar dit materiaal veel geproduceerd werd. Wat het schrijfmateriaal was, doet niet zoveel terzake voor een juist verstaan; in al deze gevallen blijft de toedracht van de gebeurtenissen identiek.
Vanaf Abraham begon in het Joodse volk een schriftelijke overlevering van profetische woorden en gebeurtenissen (Gen. 26:5). Profetische momenten hadden vaak een documentatie-aspect: de noodzaak om een gebed te bewaren om te zien wat God ging doen, de noodzaak om een profetische belofte te bewaren om eenzelfde reden, enzovoort. Niet-profetische handelingen konden ook een documentatie-aspect hebben; negatief zoals de geschiedenis van Lot laat zien, maar ook positief: contracten, wetten, bepalingen, huwelijksverbintenissen, naamgevingen, afspraken, reisverslagen enzovoort. Documentatievormen maken duidelijk dat we in de bijbel een boeiend conglomeraat hebben van woorden van God en mensen. De profetische context waarin deze zijn bewaard, maakt ons nu nog duidelijk wat God en mensen bewoog vanaf het begin omdat we kunnen luisteren naar alles wat er in hun hart leefde en door hun mond werd voortgebracht.
B.J.E. van Noort
|