|
Teologia
Het Kruisopschrift
'En Pilatus liet ook een opschrift schrijven en op het kruis plaatsen; er was geschreven: Jezus, de Nazoreeër,
de koning der Joden. Dit opschrift dan lazen vele der Joden (veel Judeeërs), want de plaats, waar Jezus gekruisigd
werd, was dicht bij de stad, en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks.'
Johannes 19:19-20
Veel discussie
Het kruisopschrift heeft tot veel discussies aanleiding gegeven in de geschiedenis. In de vier evangeliën wordt er niet
precies dezelfde bewoording gegeven. Dat heeft veel aanleiding gegeven tot speculaties. De opmerking dat het geschreven
was in drie talen heeft aanleiding gegeven tot verschillende meningen over de gesproken talen in Judea in Jezus' tijd.
Twee adders onder het gras
Met betrekking tot de inhoud van het kruisopschrift zijn er twee adders onder het gras. De ene is: er zijn zoveel verschillen
tussen de evangeliën als het gaat om de weergave van de inhoud dat het wel duidelijk is dat daarmee geknoeid is. De adder
is hier dat er helemaal niet geknoeid is, omdat de schrijvers alleen het voor hen belangrijke hebben willen vermelden. Zij
zijn niet als ambtenaren te werk gegaan om exact op te schrijven wat er op dat bord stond bovenaan het kruis.
De andere adder is als men zegt: De aanklacht 'de Koning der Joden' moet zeker historisch geacht worden, omdat deze
gebeurtenis in het brandpunt van de historische werkelijkheid heeft gestaan. De adder hier is, dat het heel geruststellend
lijkt dat er een historisch argument wordt gehanteerd om de juistheid van de beschuldiging vast te stellen. Echter als
dit de benadering van ons zou zijn, zouden we meteen ook waar die historiciteit niet zo evident is, deze meteen moeten
afwijzen. Dit is dan ook schering en inslag in de evangelieënuitleg. Voor een evangelische benadering van de bijbel zijn
dit daarom geen bruikbare uitgangspunten.
Wat staat er eigenlijk?
Wij hoeven helemaal niet vast te stellen wat de apostelen geschreven hebben. Zij hebben zich als getuigen van Jezus zeker
goed van hun taak gekweten. We hoeven er alleen maar goed naar te luisteren. Laten we maar eens op een rijtje zetten wat
de evangeliën hierover hebben opgeschreven
|
|
Matth. 27:37
|
Marc. 15:26
|
Luc. 23:38
|
Joh. 19:19
|
|
Aankondiging
Naam
Volksnaam
Beschuldiging
|
Deze is:
Jezus,
-
de Koning der Joden
|
-
-
-
de koning der Joden
|
-
-
-
de Koning der Joden
(is deze)
|
-
Jezus,
de Nazoreeër,
de Koning der Joden.
|
Het overzichtje laat zien dat er eigenlijk een grote overeenstemming bestaat. Het is bekend dat
de synoptische evangeliën altijd de vrijheid hebben genomen om herhalingen weg te laten en alleen dat
wat zij belangrijk vonden voor hun doel opnamen. Hun doel was hier parallel. Ze wilden alleen de aanklacht
vermelden, Mattheüs en Marcus zeggen dat ook duidelijk (Matth.: brachten zij op schrift de beschuldiging
tegen hem aan; Marc.: het opschrift dat de beschuldiging vermeldde). Lucas zegt: er was 'een' opschrift,
daarbij open latend dat er meer opschriften stonden op het bord.
Oudste manuscripten
Lucas heeft nog aan het eind 'is deze'. Dit is te vinden in enige oudste manuscripten, maar de overgrote
meerderheid van de tekstvarianten heeft deze toevoeging gewoon niet. Aangezien er volledige overeenstemming
bestaat bij alle teksten over het 'Deze is' bij Mattheüs, kan daaruit afgeleid worden dat dit authentiek is
en dat 'is deze' aan het slot bij Lucas een stilistische toevoeging moet zijn uit later tijd (vandaar tussen
haken in het overzicht), want 'deze is' zal niet twee maal op het bord gestaan hebben. De complete inhoud
van het opschrift zal dus geweest zijn:
|
|
Volledig
|
|
Aankondiging
Naam
Volksnaam
Beschuldiging
|
Deze is:
Jezus
de Nazoreeër
de Koning der Joden
|
De volgorde van de drie talen
Tenslotte zegt het Johannesevangelie dat het in drie talen was opgeschreven. Wanneer
we aannemen dat het in drie kolommen naast elkaar heeft gestaan op het bord, is ineens niet
duidelijk of de Hebreeuwse tekst links of rechts heeft gestaan. Het eerst stond er
Hebreeuws volgens Johannes. Maar omdat dat van rechts naar links gelezen wordt, is het het
eerste als het rechts staat voor de Judeeërs, maar is het tegelijk het laatste voor de
Grieks en Latijn lezende voorbijgangers. Omdat Johannes zo duidelijk zegt dat het Hebreeuws
eerst stond, zal dat voor ieder gegolden hebben en kan aangenomen worden dat de regels onder
elkaar stonden in die drie talen.
Hoe het eruit gezien moet hebben:
HOUTOS ESTIN {1}
MIDEOHEJAH KELEM IRAZANAH AUHCSEJ
IESUS NAZARENUS REX IUDAEORUM
IESOUS HO NAZORAIOS HO BASILEUS TOON IOUDAIOON
B.J.E. van Noort
{1} Omdat iedereen Grieks kon lezen, is het aannemelijk dat de Griekse inleiding 'Houtos estin'
(Deze is) bovenaan stond en niet ook nog eens stond vertaald in het Hebreeuws en Latijn. Indien dat
toch het geval is geweest, zullen deze inleidingen steeds voor de drie opschriften gestaan hebben
(Hebreeuws: EOH EZ (spreek uit: zé hoe); Latijn: HIC EST).
|