|
|
De documentatie-exegese van Kaïn en Abel'Na verloop van tijd nu bracht Kaïn van de vruchten van de aarde aan de HERE een offer; ook Abel bracht er een van de eerstelingen zijner schapen, van hun vet; en de HERE sloeg acht op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen werd Kaïn zeer toornig en zijn gelaat betrok.' Gen. 4:3-5 Over het geloofsleven van Adam en Eva weten we niet zoveel. Kaïn en Abel zullen van hun ouders geleerd hebben om dankoffers te brengen, schaap- en graanoffers. Bloedige offers en spijsoffers werden ook in het latere Israël gebracht. Spijsoffers functioneerden als dankoffers voor de overvloed. Bloedige offers functioneerden als plaatsvervangende offers waardoor de mens het leven met God ontving. De offers waren in het oude testament een openlijke illustratie van de gebeden die daarbij uitgesproken werden. Met het bloedig offer bood de offeraar zich aan God aan zoals het dode dier op het altaar en beleed daarmee zijn volledige ongeschiktheid om te leven. In zijn overgave begon Gods Geest tot het hart te spreken: 'Het is waar, je bent ongeschikt om te leven. Maar omdat je zo jezelf aan mij geeft, daarom geef Ik mijzelf aan jou. Met mijzelf schenk Ik je mijn leven. Ik maak je geschikt.' Zo klonk door het bloedig offer ook in het oude testament het evangelie: 'Het oude is voorbijgegaan. Zie, het nieuwe is gekomen.' (2 Cor. 5:17) Het verschil met het spijsoffer is duidelijk. Graan symboliseert het leven, resultaat van de oogst. Zelfs als het in de grond gaat en sterft, brengt het weer leven uit zichzelf voort. Met het spijsoffer zei de offeraar: 'Zoals dit graan hier ligt ben ik en ik geef mijn leven aan de Heer.' Dit offer was alleen zinvol wanneer het kwam na het bloedoffer. Maar aan onveranderde mensen die zeggen dat ze leven in zichzelf hebben, heeft God niets. Kaïn en Abel zullen deze offers gebracht hebben volgens de gewoonte die zij bij hun ouders hadden gezien. Tijdens hun jeugd hebben beide zonen de zegeningen van de offers opgemerkt. Vandaar dat beide ook offerden toen zij op zichzelf kwamen te staan. Echter met dit verschil: Abel, als schaapherder, bracht bloedige offers waardoor een relatie met God tot stand kwam. Kaïn, als landbouwer, bracht spijsoffers waardoor geen relatie met God tot stand kwam. En daarom staat er: '... maar op Kaïn en zijn offer sloeg hij geen acht.' Het is mogelijk dat het in Gen. 4:3-5 gaat om een beginnende gewoonte van offeren door Kaïn en Abel. Offers die volgden, maakten het verschil in werking alleen maar duidelijker. Als vanzelf ontstond er een band tussen Abel en God. Kaïn had van Abel kunnen leren dat zijn offer een specifieke kracht bezat. Maar in plaats daarvan werd hij woedend en sloeg zijn broer dood. Tegen deze achtergrond kan er ingegaan worden op de uitspraken die zijn vermeld en hoe die bewaard zijn gebleven volgens de documentatiebenadering.
Eerst:
Daarna de reeks: Het gaat om twee gesprekken tussen God en Kaïn, eerst een enkel woord van God (6), daarna een lang gesprek (9-15). Hoe moeten we ons het verloop van deze gesprekken voorstellen? Het is onbegrijpelijk, maar de commentatoren beginnen rustig te verklaren wat deze uitspraken van God betekenen, alsof het de gewoonste zaak is dat deze uitspraken zijn gedaan. Maar dat is beslist niet het geval. Na de zondeval sprak God niet direct tot de mens, (afgezien van een enkele buitengewone openbaring tot een profeet en dat was Kaïn niet). De vraag 'Hoe sprak God tot Kaïn?', kan slechts op één manier beantwoord worden: door Adam als leidende profeet. Dat is het juiste bijbels antwoord volgens Hebr. 1:1. 'Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, ...' Het getuigt niet van veel begrip wanneer commentatoren deze vraag en het daarbij horende antwoord voor het gemak maar overslaan. Adam als leidende profeet confronteerde zijn zoon Kaïn met zijn boosheid door waarschuwende woorden te spreken namens God (6). Hij documenteerde dat vanwege de ernst van de boodschap (waarschijnlijk op kleitafel). De documentatievorm is dan 'profetische waarschuwing'. Tenslotte voerde Adam ook een juridisch proces (9-15), waarschijnlijk bij het centrale heiligdom waar geofferd werd. Hoe moeilijk het ook was voor Adam om zo tegenover zijn oudste zoon te staan, hij trad op als profeet en rechter namens God. Hij moet dat aan het begin ook duidelijk gemaakt hebben in bewoordingen als: 'Wij zijn hier voor het aangezicht van God.' Zijn eigen woorden werden woorden van God (namens God) en Kaïns woorden werden zo woorden tot God. Men kan zich afvragen: 'Maar waarom staat dat er niet gewoon?' Men was zich ervan bewust heilige geschiedenis te schrijven en daarom bewaarde men het hoogst nodige op schrift. Juist begrip van de context (rechtsgang met documentatie) maakt één en ander voldoende duidelijk (documentatiedynamiek). Het proces werd gedocumenteerd (waarschijnlijk kleitafel); de documentatievorm is 'juridisch proces'. Van het proces hebben wij het begin (9) en het slot (10-15) voor ons. De En-zinnen in het proces (bijvoorbeeld 10) laten de mogelijkheid open dat er iets is overgeslagen (optreden van getuigen of een bekentenis). Opvallend is dat na de uitspraak van de straf Kaïn geen berouw toonde, maar voor zichzelf begon te spreken, nota bene in geloofstaal: 'Zie, U verdrijft mij heden uit het land en ik zal voor uw aangezicht verborgen zijn ...' Misschien wilde hij met 'vrome woorden' de rechter tot milde gevoelens stemmen of misschien was hij voor het moment onder de indruk. Hij kreeg alleen de belofte dat niemand hem kwaad zou doen. Bij het teken dat aan/voor Kaïn wordt gesteld, kunnen we het beste denken aan een vermelding in het proces-verbaal van de zitting. Dat is dan de laatste zin: 'Geenszins, ieder die Kaïn doodt, zal zevenvoudig boeten.' Andere voorbeelden van een optekening als teken: Ex. 13:9,16; Deut. 28:46. Mogelijk is er een zichtbare inscriptie aangebracht aan/bij het centrale heiligdom waar geofferd werd en waar de rechtszitting was geweest. De middeleeuwse uitleg van een teken op Kaïns hoofd of iets dergelijks is ook nog gevolgd in de NBV (En hij merkte Kaïn met een teken... - 15). Maar dit moet afgewezen worden als vreemd element (Fremdkörper). De tempel in Israël was later de bewaarplaats van profetische documenten. Dit was een voortzetting uit de tijd van de voorgeschiedenis. Adam heeft als leidende profeet de gebeurtenissen op kleitafel gezet en bewaarde die in het centrale heiligdom bij de documenten die hij ontvangen had in het paradijs. Zo begon onder de mensen een verzameling van profetische geschriften te groeien. Uit deze verzameling is de bijbel voortgekomen zoals die heden overal op de wereld gelezen wordt als Woord van God. B.J.E. van Noort |
|