Teologia

Droomdocumentatie

'Indien onder u een profeet is, dan maak Ik, de HERE, mij in een gezicht aan hem bekend, in een droom spreek Ik met hem.' Numeri. 12:6

Dromen golden in de oudheid als bijzondere gebeurtenissen waarin aanwijzingen voor de toekomst lagen opgesloten. Ook in de bijbel is dat zo. Weliswaar is er ook misbruik gemaakt van dromen door valse profeten, maar juist vanwege hun belang bij een juiste interpretatie, kon er ook misbruik ontstaan. Niet alle dromen in de bijbel hebben allemaal hetzelfde patroon.

Genesis 28:12-17
Jacob zag in Bethel een ladder en hij ontving in die droom beloften over de toekomst, voor hemzelf, voor zijn nakomelingen, voor het land en een wereldwijde belofte voor de volken die in hem en zijn nageslacht gezegend zouden worden. Deze profetische woorden waren ook gesproken tot Abraham en Izaäk. Maar Jacob mocht het ook meemaken dat deze woorden door God zelf tot hem kwamen. Wanneer God zo sprak in een droom ging het niet om een gewone openbaring, maar om een buitengewone openbaring (2 Cor. 12:7). Hoe buitengewoon dit was, blijkt ook uit de Jacobs reactie erna: 'Hoe ontzagwekkend is deze plaats!' Door de diepe indruk die dit maakte was documentatie achteraf mogelijk. De woorden stonden als gegrift in zijn hart en hij kon ze zo op zijn wasbord zetten zodra hij wakker geworden de gebeurtenis overdacht. Van deze buitengewone openbaringen in dromen zijn er meer voorbeelden in het oude testament en bij alle kunnen we rekenen met een docmentatie die daar direct op volgde, documentatievorm: buitengewone openbaring.

Genesis 37:7-11
Jozef kreeg ook dromen. Maar die waren duidelijk anders. Daarin sprak God niet direct tot hem. Geen buitengewone openbaringen. Toch ging men ervan uit dat God ook door deze dromen sprak, maar dan via een uitlegger. Vandaar dat Jozef toen hij zijn dromen vertelde, zijn schrijfbord erbij had. Jong en naïf als hij was, veronderstelde hij dat er wel iemand zou zijn die een woord van de Heer kon verbinden aan zijn droom van buigende korenschoven. Nou dat gebeurde ook, één van de broers greep het wasbord en kalkte erop: 'Wil jij soms koning over ons worden? Wil jij soms over ons heersen?' De volgende keer pakte Jozef het iets beter aan. Zijn tweede droom over buigende sterren vertelde hij waar zijn vader bij was. En jawel ook Jacob kon dit niet goedkeuren: 'Wat voor droom is dat die je gehad hebt ...?'

Genesis 40:7-19
Later kreeg Jozef opnieuw met dromen te maken, waarbij hij zelf de uitlegger was, vast overtuigd als hij was dat God daardoor sprak. Zo zei hij tegen de schenker en de bakker: 'Zijn de uitleggingen niet Gods zaak?' Jozef zal iets opgevangen hebben van de schenker en de bakker dat ze over dromen spraken. Hij pakte zijn wasplankset en kwam bij hen. Om hen vertrouwd te maken met zijn bedoeling om hun dromen te verklaren, opende hij het gesprek, terwijl hij zijn schrijfplankset gebruikte: 'Waarom staan julie gezichten zo somber vandaag?' Om de beurt krijgen de schenker en de bakker het wasbord en vertellen en schrijven hun droom. En Jozef als uitlegger geeft daaronder zijn uitleg. De documentatievorm van de schrijftafeldiscussie is droomuitlegging. Later wanneer Jozef op audiëntie is bij de Farao zijn het ongetwijfeld de koninklijke schrijvers die Jozefs uitlegging vastleggen.
Droomdocumentatie bij buitengewone openbaring en bij droomuitlegging komen terug in het oude testament.

Richteren 7:13-14
De richer Gideon gaat op een nacht met zijn dienaar naar het kamp van de Midianieten en Amelekieten en zij horen hoe een soldaat een droom vertelt aan een medesoldaat. Dromen werden beschouwd als goddelijke boodschappen en moesten opgetekend worden. De twee soldaten hebben licht gemaakt in hun tent of zaten bij een vuur en schreven bij het licht. Het was zelfs mogelijk om bij volle maan te schrijven. Na het horen van de droom - een brood rolde de berg af die hun tent omver stootte - gaf de ander zijn reactie en schreef die onder de aantekeningen van de ander: 'Dat moet wel het zwaard van Gideon zijn ...' Wanneer Gideon de twee mannen hoort spreken, is dat voor hem een woord van God. Hij keert naar zijn leger terug, geeft instructies en gaat tot de aanval over. Bij het doorzoeken van de tenten na de slag moeten ze ook het wasbord gevonden hebben van de twee soldaten. Misschien stuurde Gideon zijn dienaar Pua expres daarheen om ernaar te zoeken om het te bewaren ter herinnering.

1 Koningen 3:6-14 en 2 Kronieken 1:7-12
Kennis van droomdocumentatie is van belang om ingewikkelde gevallen te kunnen beoordelen. Er zijn twee verslagen van Salomo's droom waarbij hij om wijsheid bidt. In Koningen en in Kronieken komt dat uitvoerig aan de orde. In beide gevallen begint het met: 'Vraag; wat zal ik u geven?' Daarna volgt het gebed van Salomo; in Koningen duidelijk langer en uitgebreider dan in Kronieken. Ook volgt daarna een belofte van God waarin gezegd wordt dat God aan Salomo wijsheid zal geven en ook veel wat hij niet gevraagd heeft. Maar deze godspraken verschillen aanzienlijk in lengte; weer is Koningen langer dan Kronieken. Gangbaar is de uitleg dat Kronieken later geschreven is dan Koningen en dat de Kronist alles wat heeft ingekort en vanuit een andere theologie één en ander heeft omgewerkt. Maar waar blijf je dan met de volmaaktheid van Gods Woord? Laten we het er maar op houden dat de uitleggers niet volmaakt zijn.

Toen Salomo speciaal naar Gibeon was gegaan om Gods aangezicht te zoeken, was er een profeet die hem vergezelde, zoals dat in Davids tijd gebruikelijk was. Toen Salomo in zijn droom hoorde 'Vraag; wat zal ik u geven?', is hij wakker geworden en heeft hij zijn gebed gedaan zoals dat in Koningen is beschreven, want er staat: 'Toen zei Salomo ...' Op zijn wasplank schreef hij zijn gebed omdat hij het belang van het moment voelde. Na het gebed is er ook een belofte van God geweest: 'En God zei tot hem ...'. Na zijn gebed heeft Salomo de profeet op de hoogte gesteld van wat hem overkomen was en aangeraakt door Gods Geest profeteerde deze de belofte, terwijl hij die optekende onder op de wasplank van de jonge koning. Daarna gingen beide weer slapen. De volgende morgen vond er ceremonie plaats bij het altaar. Er waren volgens Kronieken vele duizenden met de koning meegegaan om te offeren. Die volgende morgen vertelde Salomo over de droom, want God had daarmee geantwoord op de vele offers. Door het gemeenschappelijk geloof van de mensen, sprak hij het gebed nog eens uit zodat ieder geestelijk deelgenoot werd van zijn verlangen: het welzijn van alle Israëlieten. Dit gebed was wel korter dan het nachtelijk gebed, maar het had dezelfde strekking. Omdat bij een droom een goddelijke duiding hoorde, gaf ook de profeet bij herhaling de duiding zodat ieder het voornemen van God kende voor Salomo. Schrijvers van de koning deden aan de kant hun werk.

Sommigen zullen tegenwerpen. Ja maar, er staat toch niet voor niets na Salomo's gebed en de belofte in 1 Koningen 3:15 de zin: 'En Salomo ontwaakte, en zie, het was een droom.' Dat duidt er toch op dat Salomo toen wakker werd uit zijn slaap, waarin hij die droom had gehad. Dus lijkt het erop dat hij in zijn droom heeft gebeden en dat God daarin ook een belofte aan hem deed. Wanneer we dat zeggen, kijken we met westerse ogen naar deze geschiedenis. In een modern verhaal zouden wij het zo schrijven. Maar het is puur westerse romantiek dat Salomo zo'n lang gebed met enorm veel details in een droom gesproken zou hebben.

In de profetische cultuur waarin Salomo leefde, begreep iedere lezer meteen dat Salomo een gebed deed bij zijn volle bewustzijn, dus wakker was geworden. Ook begreep iedere lezer in die cultuur direct dat daarna de belofte van God afkomstig was van een interpreet zoals dat bij dromen gebruikelijk was. De zin in Koningen 'En Salomo ontwaakte, en zie, het was een droom', staat er om aan te geven dat het daar beschreven gebed en profetie in de nacht zijn gedaan en niet in het openbaar de volgende morgen. Want Koningen en Kronieken zijn geschreven door dezelfde schrijvers en bedoeld om naast elkaar gelezen te worden. Zonder deze zin zou niet duidelijk zijn welk gebed en profetie 's nachts en welk overdag gedaan zou zijn.

Mij is geen commentaar bekend dat op aanvaardbare wijze de verschillen verklaart tussen de Koningen- en de Kroniekenversie van Salomo's droom, gebed en belofte. Voor zover mij bekend biedt alleen documentatie-exegese een natuurlijke oplossing voor het vraagstuk. Het is een oplossing die Gods Woord in stand houdt en die volledig rekening houdt met de waardering en interpretatie van dromen door profeten in Oud-Israël.

B.J.E. van Noort