|
|
Breekt Dan de Wet of doen 'uitleggers' dat?... en hij [Abraham] achtervolgde hen tot Dan toe.' Gen. 14:14 'Toen vestigden zij zich daar en gaven aan Lesem de naam Dan, naar de naam van hun vader Dan.' Joz. 19:47 'Zij noemden de stad Dan naar de naam van hun stamvader Dan die aan Israël geboren werd, maar tevoren heette de stad Laïs.' Richt. 18:29
Volgens Jezus kon de Schrift niet gebroken worden (Joh. 10:35), maar volgens veel gangbare theologie kan dat wel. Dat doet men met betrekking tot de Tora langs de volgende stappen: Een belangrijk voorbeeld voor een ingreep na Mozes in de Tora (een zogenaamd post-mosaïcum) ziet men in de naam van de stad Dan in Gen. 14:14. De redenering is dat in de richtertijd de naam Dan pas werd gegeven aan de stad Laïs en hoe kan dan van Abraham die lang daarvoor leefde, gezegd worden: '... en hij [Abraham] achtervolgde hen tot Dan toe.'? (Gen. 14:14) Dat zou alleen kunnen als de stadsnaam Dan later in de Abrahamsgeschiedenis zou zijn ingevoegd. Dit is één van de 'zonneklare voorbeelden' die door Spinoza werden gebruikt om aan te tonen dat de Tora veel later geschreven moest zijn dan Mozes. Maar hoe valide is dit argument eigenlijk?
Wanneer wij de andere stammen nagaan, kunnen we vragen stellen als: Uit het voorgaande blijkt: er moet een extra reden geweest zijn dat de Danieten een stad de naam van hun stamvader Dan gaven en die reden is niet moeilijk te achterhalen. In Abrahams tijd heette de stad al Dan zoals bijkt uit Gen. 14:14 en de Danieten hebben de oude stadsnaam gewoon in ere hersteld. Dat verklaart ook het volgende: - De Danieten meenden het recht te hebben de stad in te nemen omdat de bewoners die zij verdreven, de stad een andere naam gegeven hadden (Laïs, ook wel Lesem) en zo aantoonden niet de oorspronkelijke bewoners te zijn. - Met het herstel van de oude naam Dan gaven de Danieten aan dat zij zich beschouwden als de rechtmatige erfgenamen van die stad en dat zij niet van plan waren zich die erfenis te laten ontnemen. - Tegenover de andere steden van Dan en van heel Israël kon men de opnieuw in gebruik genomen naam legitimeren met verwijzing naar Abraham die de stad zo had gekend. Deze aspecten kwamen bij het motief dat de stad later niet opgeëist zou kunnen worden door de naburige stam Naftali aangezien het herstel van de oude naam tegelijk verwees naar de stamvader van de Danieten. (Joz. 19:47, Richt. 18:29) Zo te zien is er geen enkele reden om aan te nemen dat de stadsnaam Dan in Gen. 14:14 een latere ingreep is geweest in de Tora lang na Mozes. Met het grootste gemak worden er in de theologie argumenten naar voren gebracht die de Heilige Schrift bekleden met een mist van twijfel. Deze valse argumenten kunnen eeuwen blijven rondzingen. Het is opmerkelijk dat het omgekeerde eigenlijk nog veel gemakkelijker is: argumenten naar voren brengen die de nauwkeurigheid van de Schrift benadrukken. Het stralend licht van Gods openbaring is altijd veel krachtiger dan al die mist en het is in staat die mist volledig te laten verdwijnen. En dat is de muziek die blijvend is. B.J.E. van Noort
fn 1: Het gaat hierbij niet over het slothoofdstuk van Deuteronomium dat na Mozes' dood als aanhangsel aan de Tora is toegevoegd onder Jozua, Deut. 34:9. |
|