Teologia

De Aramese mythe

En in die dagen stond Petrus op onder de broeders en hij sprak: 'Mannen broeders, ... en het is bekend geworden aan allen die te Jeruzalem wonen, zodat dat stuk land in hun eigen taal "Akeldama", dat wil zeggen "Bloedgrond" heet ...' Hand. 1:19

Eén van de oorzaken waardoor het christendom is losgeraakt van zijn wortels is de theorie dat Jezus Aramees zou hebben gesproken. De betekenis hiervan is dat het christendom met een Grieks nieuwe testament niet zou beschikken over de oorspronkelijke woorden van Jezus. Dit is een koningsdrama voor het christendom: een godsdienst die niet beschikt over de echte uitspraken van de stichter. Om de omvang van het probleem te verkleinen, wordt er wel gezegd: Jezus zou zowel Aramees als Grieks gesproken hebben. Maar daarmee verandert er niet veel. Het is slechts in een uitzondering vast te stellen wat dan oorspronkelijk Grieks is: bijvoorbeeld toen Jezus sprak met Pontius Pilatus van wie niet te verwachten is dat hij de taal van de Joden sprak. In vrijwel alle andere gevallen blijft het volgens deze aangepaste theorie toch gissen welke taal Jezus gebruikt heeft, ofwel wat hij werkelijk gezegd heeft.

Het is niet zo moeilijk om de Aramese hypothese te weerleggen. Bijvoorbeeld met de enkele tekst die in de intro is geciteerd. Het woord 'Akeldama' is een voluit Aramees woord (Akel = veld; dama = bloed). De hypothese zegt dat Jezus Aramees sprak omdat alle mensen in Galilea toen Aramees spraken. Maar hoe kan het dan dat Petrus tot zo'n 120 Galileeërs zegt: '... en het is bekend geworden aan allen die te Jeruzalem wonen, zodat dat stuk land in hun eigen taal "Akeldama", dat wil zeggen "Bloedgrond" heet ...'. Petrus verwijst NIET naar 'onze' taal, van Judeeërs en Galileeërs, maar naar de taal van de mensen 'die te Jeruzalem wonen'. Daarin (Hebreeuws) paste 'Akeldama' als Aramees leenwoord. Petrus had dit niet kunnen zeggen als de Galileeërs die hem hoorden, dagelijks Aramees spraken zoals men betoogt. Petrus vertaalde het ook nog eens voor die 120 Galileeërs 'dat wil zeggen "Bloedgrond" heet ...'. Alsof een vertaling nodig was als zij Aramees spraken. Wanneer Petrus hier had gesproken tot Aramees sprekende Galileeërs, had hij gezegd: '... zodat dat stuk land in onze taal "Akeldama" heet.' (zonder de uitdrukking 'in hun eigen taal' en zonder vertaling erbij) Nee, hier spraken 120 Galileeërs Grieks met elkaar zoals zij het gewend waren. Wij hebben hier één tekst die in zijn volstrekte eenvoud de Aramese hypothese tot een onmogelijkheid maakt.

Natuurlijk is deze zin aan de geleerden niet ontgaan en ook niet dat die niet past in de gangbare theologie. Daar is iets op gevonden, een eeuwenoude uitleg is: Petrus zou dit niet gezegd hebben, maar Lucas, de schrijver van het boek Handelingen, zou hier met een tussenzin een uitleg hebben ingevoegd in de rede van Petrus. Dan zou Lucas hier zeggen dat 'hun taal' (van die 120 Galileeërs) Aramees is omdat 'Akeldama' zoals gezegd een Aramees woord is. Om te benadrukken dat dit een uitleg van Lucas zou zijn, hebben veel Engelse en Amerikaanse bijbeledities de verzen 18-19 tussen haken gezet ( ... ) om aan te geven dat ze niet door Petrus gesproken zouden zijn. Dat deze haken in het oorspronkelijk Grieks gewoon ontbreken, schijnt een onbeduidende kleinigheid te zijn. Maar in de authentieke Griekse tekst zonder haken zijn dit woorden van Petrus die weerspreken dat Galileeërs Aramees spraken en dat Jezus ooit Aramees sprak. De onschuldig uitziende haken representeren een wereld van verschil.

Petrus was door Jezus ooit Cephas genoemd: Rots. Dat was een Aramese naam.

Petrus was ongetwijfeld opgegroeid in net zo'n gezin als waarin Jezus opgegroeid was. Daar werd in de huiselijk sfeer Hebreeuws (met Aramese leenwoorden) gesproken om de wetskennis in stand te houden. Toen Jezus hem de naam Cephas gaf, begreep Petrus dat ook: Rots. Daarom kon Petrus hier ook het woord Akeldama voor de andere Galileeërs vertalen 'Bloedgrond'.

Wat is de rol van de documentatie-exegese in de benadering van deze tekst? De documentatie-exegese leert dat de evangelisten, dus ook Lucas als schrijver van Handelingen, uiterst nauwkeurig omgingen met het gesproken woord. We hebben hier werkelijk met de woorden van Petrus te doen. Er is geen enkele reden om vers 18-19 tussen haken te zetten alsof dat niet van Petrus afkomstig zou zijn. Een greep uit de vertalingen die dit wel doen: ASV (American Standard Version), ESV (English Standard Version), RSV (Revised Standard Version), NASB (New American Standard Bible), NEB (New English Bible), GNB (Good News Bible), ISV (International Standard Version), NIV (New International Version).

Het gaat natuurlijk veel te ver om te beweren dat geleerden die deze vertalingen verzorgden, expres het christendom hebben willen ondermijnen. Anderzijds kan niet onopgemerkt blijven dat veel christelijke geleerden bij herhaling geen oog gehad hebben voor de tekortkomingen van hun eigen vooronderstellingen. Mede daardoor is de Aramese hypothese uitgegroeid tot een christelijke mythe van allure. Maar de schade daarvan is zo groot dat die iedere beschrijving tart. Bedenk alleen maar eens hoe moeilijk het voor moslims is om het nieuwe testament te aanvaarden omdat de inhoud ervan niet authentiek is in hun ogen. Voor hen is het enkele argument van de Aramese hypothese een afdoend argument voor dit standpunt. Maar ondanks alles blijft staan: Het is eenvoudig aantoonbaar uit het nieuwe testament dat de christenen over de echte woorden (Grieks) beschikken van de stichter van hun geloof.

Post Scriptum
In Handelingen 2:9 wordt verbazing erover uitgesproken dat Galileeërs de specifieke taal van Judea (Hebreeuws) spraken met het Pinksterwonder. Hebreeuws sprak men dus niet in het publieke leven in Galilea. In Handelingen 2 worden nog meer talen genoemd die Galileeërs niet spraken en Grieks ontbreekt in die opsomming. Logisch, dat was gewoon hun taal. Daarom werd er juist neergekeken op Galileeërs door de Judeeërs omdat de Galileeërs de taal der vaderen hadden prijs gegeven in het openbare leven. Daarom kon er naar hun begrip ook geen profeet opstaan in Galilea (Joh. 7:52). In Jeruzalem sprak ook het lagere volk geen Hebreeuws meer. Het grootste deel van de Jeruzalemse christengemeente kwam uit die bevolkingsgroep en sprak Grieks zoals blijkt uit Handelingen 6:1. (Zie ook Johannes 7:49, hierin wordt verwezen naar de volksmassa van Jeruzalem die de wet niet kende; ofwel die niet meer Hebreeuws sprak, maar Grieks sprekend was geworden.)

B.J.E. van Noort